Het ‘energetisch’ verschil tussen stro, inblaasstro, kalkhennep, vlas, wol en…

Als je besluit om een ecologisch verantwoord gebouw te laten ontwerpen, welke materialen gebruik je dan en waarom zou je voor het ene materiaal kiezen in plaats van het andere?

Ik ga nu compleet voorbij aan het feit waarom je ecologisch en milieuvriendelijk zou willen bouwen in plaats van traditioneel.
Ecologisch en milieuvriendelijk zijn in dit geval andere benamingen voor biobased, circulair, duurzaam, organisch, ‘cradle to cradle’, gezond en ga zo maar door.
Dat de keuze voor deze manier van bouwen feitelijk een keuze is voor het kiezen voor een gezond woon- en leefklimaat lijkt me logisch. Het is net zo logisch dat deze manier van bouwen de minste impact heeft op onze planeet en dat deze keuze steeds vaker gemaakt wordt door mensen die bewust in het leven staan.

aardehuis-1

Dat ecologische en biobased, of liever gezegd ‘natuurlijke’ materialen, ook gekozen kunnen worden voor de ‘energie’ die ze in zich hebben, is waarschijnlijk wel nieuwe informatie.

Jaren geleden heb ik het ‘stro-virus’ opgelopen. De manier van bouwen, de eenvoud, de samenhorigheid en samenwerking van, en tussen, de internationale ‘stro-gemeenschap’ wekten bij mij een interesse op, die me tot op de dag van vandaag niet heeft losgelaten.

Het bouwen met stro spreekt mij persoonlijk erg aan en die interesse gaat verder dan de goede technische eigenschappen van het materiaal. Het isoleert goed, kan goed vocht opnemen en weer afstaan en het is een directe stuc drager. Dit betekent dat je direct en zonder andere materialen gelijk op het stro kunt stucen. Hierdoor bespaar je materiaal en is de opbouw erg eenvoudig. Daarnaast is het een resproduct uit de agrarische sector, waardoor het een goedkoop en altijd voorradig materiaal is. De belangrijkste reden voor mijn interesse is echter de eenvoud ervan. Iedereen kan bouwen met stro!

In de loop der tijd heeft deze voorliefde voor bouwen met stro zich ontwikkeld tot een voorliefde voor bouwen met natuurlijke materialen in het algemeen. Los van de houten constructie die hiervoor vaak gebruikt wordt, heb ik het dan met name over het isolatiemateriaal en de afwerking aan de binnen- en buitenkant van een gebouw.

_DSC5344

Als architect is het mijn overtuiging dat we natuurlijke materialen kunnen en moeten gebruiken om een gezonde woon- en leefomgeving te creeren. Deze, door de natuur gemaakte, materialen staan veel dichter bij onze eigen fysieke structuur, dan de, door de mens gemaakt, materialen. De frequentie van de  ‘energie’ van deze natuurlijke materialen is lager, waardoor we ons als vanzelf thuis voelen. Ik heb vaak de kreet gehoord:  “Het is net alsof er een warme mantel om me heen valt”,  als mensen binnen komen in een ‘natuurlijk’ huis.

Als we dan kijken naar het ‘energetisch’ verschil tussen de diverse natuurlijke bouwmaterialen en niet naar de technische of prijs verschillen, waarom zou je dan kiezen voor stro, inblaasstro, kalkhennep, vlas, wol, houtwol, zacht hout, hard hout, cellulose en ga zo maar door. De keuze is groot en wordt met de dag groter, dus waarom zou je kiezen voor het ene, of toch voor het andere materiaal?

Dit is een keuze die  vaak onbewust gemaakt wordt en er zijn veel factoren die meespelen. Vaak spelen vooroordelen mee, of ervaringen uit het verleden. Er is echter wel degelijk een verschil in het ‘type mens’ die kiest voor bijvoorbeeld stro als isolatiemateriaal of kalkhennep. Om dit verschil te kunnen zien is een andere manier van kijken nodig: een holistisch manier van kijken naar onszelf en naar onze omgeving.

ESBG-21-08-2015-002

Als mens heeft ieder van ons een unieke ‘energie’. Sommige energien trekken elkaar aan en sommige energien duwen elkaar weg. Dit heeft niets te maken met goed of fout, maar met een natuurlijk verschijnsel. Ditzelfde geldt voor de keuze voor een ecologisch bouwmateriaal. Er is geen goede of foute keuze hierin mogelijk, omdat al deze materialen hetzelfde genereren: een gezonde leef- en woonomgeving.

Er is echter wel een verschil in ‘energie’ tussen de verschillende materialen. Stro heeft een ‘sociale energie’, wat betekent dat mensen die vanuit hun hart de wereld zien, zich aangetrokken zullen voelen tot stro. Mensen die meer vanuit hun hoofd de wereld zien, zullen zich meer aangetrokken voelen tot kalkhennep. De ‘energie’ van kalkhennep is  hoger dan die van stro en meer prikkelend. De ‘energie’ van hout is zacht en vriendelijk en de ‘energie’ van wol is warm en beschermend. Zo heeft ieder materiaal zijn eigen specifieke ‘energie’, maar dit zijn geen grote verschillen. Het zijn nuances.

Maakt het uit welke ‘energie’ een bepaald materiaal heeft voor de uiteindelijke keuze hiervoor?

Waarschijnlijk niet, omdat de keuze voor een groot gedeelte onbewust gemaakt wordt. Deze keuze kan slecht beredeneerd worden, maar men voelt wel een persoonlijke voorkeur voor een bepaald materiaal. Het bespreken van de ‘energie’ van een materiaal, is voor mij echter een mooie manier om het te kunnen hebben over het begrip ‘energie’ en om mensen op een bewustere manier te laten kijken naar zichzelf en naar hun omgeving.

 Michel Post / ORIO architecten
voorzitter Vereniging Integrale Bio-Logische Architectuur (VIBA)

Energetische Architectuur

Hoe ontwerp je een Energetisch gebouw?

En dan bedoel ik niet een gebouw dat energie neutraal of energie leverend is, maar een gebouw dat qua energie aansluit bij zijn gebruikers en het doel waarvoor een gebouw gebouwd wordt op een specifieke locatie.
Een woonhuis voor een gezin heeft andere eigenschappen nodig dan een ziekenhuis. Een yoga-centrum in Nederland zal een andere energie nodig hebben dan een yoga-centrum in India.

Dus hoe begin je en welke middelen heb je tot je beschikking?
Dat is een vraag die niet zo eenvoudig te beantwoorden is, omdat het namelijk niet iets is wat je uit boeken kunt leren.

energetische architectuur-4

De eerste stap is simpelweg kennis vergaren over bouwen en het ontwerpen van gebouwen. Als architect neig ik ernaar om deze stap te vergeten, omdat dit voor mij vanzelfsprekend is. Als je geen architect of ontwerper bent, kun je echter het idee krijgen dat het ontwerpen van een gebouw niets meer is dan het positioneren van gewenste ruimtes op de juiste plek en hier dan een buitenkant omheen voor verzinnen. 

De tweede stap is bewustwording. Bewust worden van jezelf, bewust worden van je directe en indirecte omgeving en bewust worden van de energie van materialen, vormen, getallen en wat deze voor invloed hebben op jezelf, maar ook op een ander. Pas als je enigszins bewust bent van deze invloeden kun je beginnen om een gebouw te ontwerpen dat aansluit bij een functie.

De derde stap is het doen. Alleen door ervaring kun je leren wat voor effect een materiaal of een vorm heeft. Door fouten te maken kun je leren wat wel en wat niet werkt. Door te werken met veel verschillende mensen kun je leren hoe verschillend de energie van ieder mens is.

Dan is er nog een stap die door alle voorgaande stappen heen loopt en dat is communicatie. Communicatie is niet alleen het op de juiste manier verwoorden van hetgeen je denkt, voelt en ervaart, maar het is ook luisteren naar wat die ander denkt, voelt en ervaart. De kracht van goede communicatie is de ander het inzicht te geven om deze sensitieve indrukken te kunnen verwoorden. Je luistert daarom niet alleen naar de woorden, maar je luistert ook met je hart.

energetische architectuur-3

Het begint dan ook met een gesprek die in eerste instantie heel pragmatisch is. Wat wil die ander. Wat is de opgave. Wat is de locatie. Wat zijn de randvoorwaarden die gesteld worden aan die locatie. Wat is het budget. Hele pragmatische vragen die een inzicht geven in de opgave die er ligt.

Dan ga je bespreken wat die ander wil ervaren. Welke sensaties moeten worden opgeroepen. Wat is het doel van verschillende ruimtes. Welke ondersteunende eigenschappen moet een ruimte hebben.

En tijdens dit gesprek voel je aan waar de ander specifiek behoefte aan heeft, gebaseerd op zijn of haar energie. Als dubbel aarde, zijn mijn eigen behoeftes compleet anders dan die van mijn vrouw, die dubbel vuur is, om maar een voorbeeld te noemen.  

In de ontwerpsessie die volgt ga je alle informatie met elkaar verbinden. Niet alleen verbind je deze op een logische manier, maar je verbind deze informatie ook met de locatie. Fysiek kijk je naar de elementen die er zijn, zoals bomen, rivieren, omliggende gebouwen en de orientatie en toegang van het terrein; metafysisch kijk je naar de energie van de locatie. Waar liggen de natuurlijke energie-banen, hoe voelt de ondergrond aan, zijn er niet zichtbare invloeden waar je rekening mee moet houden, wat wil de locatie zelf.

Bij mij ontstaat dan al vrij snel een beeld, waarvan ik weet dat dat de juiste oplossing is. Echter bij de terugkoppeling richting de ander weet ik het pas echt zeker. Negen van de tien keer heb ik het goed, maar soms heb ik iets op de verkeerde manier geinterpreteerd. Hoe goed je namelijk ook kunt communiceren, je ontvangt nooit alle informatie in één keer en soms leg je de zwaarte binnen een ontwerp op een verkeerde plek. Met name als er meerdere mensen betrokken zijn die zeer verschillende energien hebben, is het lastiger om de juiste balans te vinden.

Feestje van Ecowijk Houten voor de bijna ondertekening van de koopakten.

Het beeld dat ontstaat heeft in eerste instantie te maken met orientatie en routing. Waar ligt een gebouw op een kavel. Hoe kom je binnen. Hoe zijn de verschillende ruimtes met elkaar verbonden. Hoe verhouden de windrichtingen zich met de verschillende functies. Het Noorden heeft een andere energie dan het Zuiden en de slaapkamer heeft een andere energie nodig dan een woonkamer of studeerkamer. Los van de wel of niet gewenste opwarming van ruimtes, een slaapkamer op het Noorden zal anders qua energie zijn dan een slaapkamer op het Zuiden.

Vervolgens ga je dit fine-tunen met afmetingen, vormen en materialen. Ieder getal heeft zijn eigen energie, net als iedere ruimte. Een ruimte verandert qua energie als je het plafond hoger of lager maakt en dit geldt ook voor de breedte of diepte van een ruimte. Weten welke energie nodig is voor de functie van een ruimte en weten welke verhoudingen deze energie oproepen, is een essentieel onderdeel van energetische architectuur.

Ditzelfde geldt voor de energie van een vorm en voor de energie van een materiaal. Er is een groot verschil tussen natuurlijke- en niet natuurlijke materialen, maar er zijn ook veel nuance verschillen tussen natuurlijke materialen onderling. Hennep isolatie heeft bijvoorbeeld een compleet andere energie dan stro of hout. Weten welk materiaal aansluit bij een functie of een gebruiker is belangrijk en zal uiteindelijk een verschil maken bij de beleving van een ruimte of een gebouw. Niet iedere ruimte hoeft gebouwd te worden met dezelfde materialen, alhoewel we dat tegenwoordig vanuit pragmatische overwegingen wel vaak doen.

Energetische architectuur-2

Vervolgens ga je kijken naar het gebruik van kleuren. Een rode kamer zal een andere energie hebben dan een blauwe kamer. Rood heeft een vrij lage energie en wordt geassocieerd met aarde. Het heeft echter ook een activerende werking. Blauw wordt geassocieerd met communciatie en heeft een hogere energie. Kleur gaat dus verder dan esthetiek en gaat verder dan wat wij mooi vinden. Kleur heeft ook een functie.

Uiteindelijk ontstaat er een gebouw dat verankert is in zijn locatie en dat specifiek ontworpen is voor een bepaalde doelgroep met een specifiek doel. Op fysiek niveau zal zo’n gebouw goed en kloppend aanvoelen. Op metafysisch niveau zal dit gebouw een bron van licht zijn dat een helende werking zal hebben voor zijn omgeving.


Michel Post / ORIO architecten
voorzitter Vereniging Integrale Bio-Logische Architectuur (VIBA)

De keuze van de architect bij CPO projecten

Onlangs was er een groot artikel in het NRC over het CPO project de aardehuizen in Olst, met dezelfde dag een uitzending bij EenVandaag. Het eerste gerealiseerde Ecodorp in Nederland. Het artikel verteld over passie en anders durven denken. Het samen met elkaar je eigen huis bouwen. De tegenslagen die men heeft moeten overwinnen. De frustraties en teleurstellingen, maar ook de trots en de voldoening die men voelt.

20180413_094628 (Large)CPO project “Aardehuizen” in Olst

Projecten met “Collectieve Particuliere Opdrachtgevers”, ook wel CPO projecten genoemd, gaan over het collectief. Het met elkaar en voor elkaar, samen bouwen aan een betere toekomst. Hoe groot de “C” van Collectief is, hangt van het project af. Bij de CPO projecten waar ORIO architecten als architectenbureau bij betrokken is, is deze “C” erg groot. Niet alleen zijn het Collectieve projecten… het zijn ook ecologische, duurzame en vaak zelfvoorzienende projecten.

Van alle CPO projecten die gestart worden, is er maar een klein percentage dat daadwerkelijk gebouwd wordt. De kloof tussen droom en werkelijkheid is vaak te groot en “men”, de particulieren, overzien vaak niet de consequenties van hun keuzes en missen simpelweg de know-how die professionals wel hebben. Een goede CPO begeleider is dan ook vaak de sleutel tot het succes.

Als eenmaal het doel en de missie van de groep bepaald is en de juiste locatie gevonden is, dan wordt gezocht naar een geschikt architectenbureau. Een bureau met ervaring op het gebied van CPO projecten, het begeleiden van mensen en in ons geval, ook naar de kennis en kunde op het gebied van ecologische, technische en sociale duurzaamheid.

Niet ieder architectenbureau kan of wil een CPO project doen waarbij de Collectieve “C” groot is. De groepsdynamiek kan erg intens zijn en vraagt veel van de architect. Naast vormgever en coordinator moet je namelijk ook psycholoog en socioloog zijn en vaak gaat de besluitvorming sociocratisch, een besluitvormingsmethode waarbij gelijkwaardigheid en effectiviteit zijn gewaarborgd en waarbij besluiten worden genomen op basis van consent.

Feestje van Ecowijk Houten voor de bijna ondertekening van de koopakten.Besluitvorming bij CPO project “Ecowijk Mandora” in Houten

Dit betekent veel vergaderen, kennis en informatie overbrengen, de optionele keuzes inzichtelijk maken, grenzen stellen en tot besluiten komen. Het betekent ook goed luisteren, meedenken en meebewegen, maar ook vooral veel plezier hebben in wat je doet. Je moet als architect passie hebben voor deze manier van samenwerken. Je moet het leuk vinden.

13254279_1099853113410927_4115598424687883623_nCPO project “IEWAN” in Lent

Soms kom je een groep mensen tegen die specifiek met een bepaald materiaal, bijvoorbeeld strobalen, wil bouwen. In dat geval wordt zeer specifiek gekeken naar de ervaring die een bureau heeft met dit materiaal of deze manier van bouwen. Architect Michel Post en oprichter van ORIO architecten, wordt gezien als de expert in isoleren en bouwen met stro. In 2012 publiceerde hij het boek ‘Bouwen met stro’ en hij is medeoprichter van de huidige vereniging Strobouw Nederland.

Het bouwen met stro spreekt echter slechts een klein groepje mensen aan, met name omdat er veel vooroordelen zijn over stro. De essentie is echter dat je een gezond leefklimaat creert voor een bewoner en dat de materialen die gebruikt worden, zoveel mogelijk uit de natuur komen. Dit kan dus ook vlas, wol, hennep of hout zijn. Deze integrale en holistische benadering wordt door steeds meer architecten omard, waardoor de keuze voor een architect, een persoonlijke wordt.

WEN_3684_2015-05-01Opening CPO project “IEWAN” in Lent

Uiteindelijk gaat het om de bewoners en als architect kun je bijdragen om hun droom werkelijkheid te laten worden. Mensen denken vaak dat iets niet kan, maar de ervaring leert… “Het kan wél!”

Michel Post / ORIO architecten
voorzitter Vereniging Integrale Bio-Logische Architectuur (VIBA)

De toekomst van Architectuur

Onlangs was ik aanwezig bij een presentatie over de toekomst, en dan specifiek over de toekomst van Architectuur. In een hoog tempo kwamen thema’s voorbij als geïmplanteerde computer chips, gezichtsherkenning, zelfrijdende auto’s, vliegende taxi-drones, zich zelf terug rijdende bureaustoelen en computers die steeds meer en meer menselijke taken overnemen, omdat ze dit simpelweg sneller, goedkoper en beter kunnen dan wij mensen.

taxi-dronevliegende taxi-drone

Ik werd geconfronteerd met een toekomstbeeld waarin de mens, door gebruik van technische uitvindingen, steeds gezonder en ouder gaat worden en waarbij Internationale samenwerking tussen architecten, investeerders en start-up’s de enige manier lijkt te zijn om in de nabije toekomst, als architectenbureau, nog enig kans op een bestaan te hebben.

De wereld zoals wij die kennen is aan het veranderen en dat gaat in een veel sneller tempo dan ik had verwacht. Was de uitzending “De toekomst is fantastisch”, die de nieuwste ontwikkeling liet zien vanuit het perspectief van iemand uit 2035 al enigszins surrealistisch…. deze presentatie ging nog een stap verder en schetste een beeld waarin met name China een grote bedreiging… of kans… vormt voor onze huidige economische bedrijfsvoering.

Grote bouwbedrijven als BAM en Heijmans zullen verleden tijd worden als het technisch mogelijk wordt om gebouwen in zeer korte tijd te printen tegen een sterk gereduceerd tarief. Geen op elkaar lijkende rechte vierkante gebouwen meer, maar een wisselend straatbeeld van individualistische organische gebouwen die mensen zelf ontworpen hebben. Een architect lijkt overbodig te worden als we onze gebouwen gewoon kunnen downloaden vanaf het internet.

Kenmerkend is de denkwijze hoe we gezamenlijk de toekomst gaan vormgeven. Zo laat Brainport Industries Campus in Eindhoven zien hoe innovatie, evolutie en onze toekomst, hand in hand gaan met een groen en gezond toekomstbeeld. Hightech oplossingen om ons leven aangenamer te maken, waarbij de slogan “een veelzijdige campus om te werken, te leren en te ontspannen” met afbeeldingen van mensen die gezamenlijk ontspannen in de natuur, veelzeggend is.

Een ander beeld dat geschets werd is de integratie van eetbaar groen als onderdeel van onze gebouwde omgeving. De manier waarop we onze steden vorm geven moet anders. Niet alleen komen er steeds meer mensen bij, we kiezen ervoor om ook zo dicht mogelijk bij elkaar te gaan wonen.

hyperions_designboom_03-818x592
Hyperion / Vincent Callebaut

Een groene oase van eetbaar groen in de vorm van verticale tuinen is in veel gevallen nog een utopie, maar het laat wel een toekomst beeld zien een prachtige en schitterende wereld waarin we vooral lijken te genieten van onze omgeving. Wat een verschil met onze huidige kijk op architectuur.

Met geen woord werd gerept over de energie crisis, eindige grondstoffen of de noodzaak om circulair te bouwen. Ook werd niet gesproken over de toepassingen van biobased bouwmaterialen of over de noodzaak van een gezond leefklimaat. Er werd niet gekeken naar de problemen waar we vandaag de dag een oplossing voor zoeken, maar naar de oneindige potentie die de techniek ons te bieden heeft.

Een bekend citaat van Charles Darwin zegt “Het is niet de sterkste van een soort die overleeft, ook niet de intelligentste. Wel degene die zich het beste aan veranderingen kan aanpassen.”.

Het is aan ons architecten en bouwers, als vormgevers en integraal denkers van de toekomst, om deze nieuwe technologische ontwikkelingen te omarmen en wel of niet toe te gaan passen. Laten we samen een wereld creeren waarin we niet alleen samen oud worden, maar waarin we ook gezond en vreugdevol kunnen zijn.

Michel Post / ORIO architecten
voorzitter Vereniging Integrale Bio-Logische Architectuur (VIBA)